2e fase Oriëntatie

2e oriënterende fase voor hart- en/of longtransplantatie

Alternatieven voor transplantatie:

Tot 2005 is er nog geen bruikbare definitieve oplossing voor het vervangen van een verloren orgaanfunctie.  
Tijdelijke vervanging van een gestoorde of opgeheven hart- en/of longfunctie is in sommige gevallen mogelijk.

Steunhart

De pompfunctie van de linker-, rechter- of beide harthelften wordt tijdelijk ondersteund door een mechanische pomp.

Kunstlong en/of beademing

De gaswisselingsfunctie van de zieke longen wordt, voor zeer beperkte tijd, ondersteund door een beademingsapparaat of een kunstlong.

 

Transplantatietechnieken:

Er zijn verschillende vormen van transplantatie

  • Orthotope transplantatie
    Het transplanteren van een donororgaan in de plaats van het zieke orgaan.

    Vrijwel alle harttransplantaties gebeuren volgens deze methode. Het oude hart wordt, op de achterzijde van de boezems na, geheel uit het lichaam verwijderd. Het donorhart wordt aan het restant van het oude hart en aan de grote bloedvaten vastgemaakt.

    Een longtransplantatie wordt altijd volgens deze methode uitgevoerd. Afhankelijk van de aard van de longziekte kunnen één of twee longen getransplanteerd worden.
  • Heterotope transplantatie
    Het implanteren van een donororgaan terwijl het eigen orgaan aanwezig blijft
    Deze techniek wordt weinig gebruikt
  • Hart en long (één of twee longen) transplantatie. Hartlongtransplantatie vindt plaats als zowel het hart als de longen door ziekte zijn aangetast en het transplanteren van één van deze organen niet de oplossing is. Deze ingreep wordt soms bij aangeboren hart- longafwijkingen uitgevoerd. 
  • Retransplantatie

    De screening zal opnieuw doorlopen moeten worden om te onderzoeken of een tweede transplantatie voldoende kans van slagen heeft.

    Door afname in aanbod van donororganen en toename van aantal patiënten op de wachtlijst zal de kans op een tweede transplantatie klein zijn.

    De risico’s van een tweede transplantatie zijn groter.

Indien specifieke gedetailleerde informatie en/of beeldmateriaal gewenst is, kunt u dit navragen bij een transplantatiecentrum.

 

Risico’s van een transplantatie: 

  • Risico’s van grote hart-/longoperaties zoals:
    - bloedingen
    - tijdelijke (soms blijvende) schade aan organen waaronder hersenschade
  • Onvoldoende functioneren van het donororgaan door opgelopen schade voor of tijdens transplantatie
  • Psychische ontregeling zoals:
    - hallucineren
    - depressiviteit; meestal in lichte, bij sommigen in ernstige mate
  • Infecties:

    Vlak na transplantatie is het lichaam zwakker zodat het zeer gevoelig is voor bacteriën en andere ziektekiemen van buitenaf.

    De dosis medicijnen tegen afstoting is in het begin hoger aangezien de lichaamsreactie op het nieuwe orgaan dan het hevigst zal zijn.

    Medicijnen tegen afstoting beïnvloeden het afweermechanisme negatief. Hierdoor is het lichaam gevoeliger voor infecties.

  •  Bijwerkingen afstotingspreventie middelen:

    Bijwerkingen van afstotingspreventie middelen die kunnen voorkomen zijn:

    Direct na transplantatie; In wisselende mate en meestal van voorbijgaande aard:

  • grieperig gevoel
  • spierzwakte
  • trillen/beven
  • rillerigheid
  • hoofdpijn
  • duizeligheid
  • braken
  • psychische ontregeling (hallicuneren)

   Op langere termijn:

  • trillen en beven (met name handen)
  • spierzwakte
  • psychische verandering
    Prednison heeft invloed op:
    - e
    moties
    - w
    erkelijkheidsbesef
  • botontkalking
  • dikker worden van gelaat en romp door Prednison
  • tandvleesgroei
  • overbeharing door Prednison en Ciclosporine

Resultaten:

Levensverwachting na transplantatie

In Nederland geven de transplantatiecentra een indicatie van de levensverwachting die gebaseerd is op de kennis tot nu toe.

Factoren die medebepalend zijn:

  •  Leeftijd
  •  Conditie
  • Gezondheidstoestand
  • Manier van leven
  • Levensinstelling

 

Harttransplantatie:   15 á 20 jaar  
1983 - Langstlevende Nederlandse hartgetransplanteerde: 33 jaar na transplantatie

Longtransplantatie:  5 á 15 jaar (afhankelijk van de aandoening)
1990 - Langstlevende Nederlandse longgetransplanteerde: 26 jaar na transplantatie

Hart-/longtransplantatie: ongeveer 5 jaar
Langstlevende Nederlandse hart-/longgetransplanteerde: 19 jaar na transplantatie

 

De gemiddelde orgaan-overlevingscijfers (= tijd tot aan retransplantatie of overlijden) voor Europa zijn:

Hart
1 jaar:   85%
5 jaar:   68%
10 jaar: 60%

Long
1 jaar:   75%
5 jaar:   42%
10 jaar: 20%

Transplantatie in het buitenland:

In sommige gevallen is transplantatie in het buitenland mogelijk. Informeer hiernaar bij uw behandelend arts en verzekeringsmaatschappij.