Ook onder een inktzwarte hemel blijft het leven van jou

Nee, het waren geen sprookjes van 1001 nacht, die Joseph Oubelkas vertelde op de meerjaarsgetransplanteerdendag op 18 juni 2016. Het was een rauw en onwerkelijk verhaal, een onvervalste nachtmerrie, die voor hem werkelijkheid werd toen hij op op 24 december 2004 volkomen onverwacht struikelde over een onzichtbare drempel en zijn leven veranderde in een absolute hel.

Joseph had, als kind van een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader, een onbezorgde jeugd in Raamsdonkveer, volgde succesvol een ICT-opleiding, stichtte zijn eigen bedrijf en werkte, 24 jaar oud, voor een Nederlands bedrijf in Marokko. Hij had een adviesfunctie, keek wat goed en wat fout ging en veranderde fout in goed. Op die 24e december reed hij argeloos het terrein op van één van de bedrijven waarvoor hij werkte. Verbaasd zag hij dat het voltallig personeel buiten stond en dat er politie met geweren in de aanslag heen en weer paradeerde. Hij informeerde bij de agenten wat er aan de hand was en even later werd hij geboeid afgevoerd naar een onherbergzame politiecel. Op het bedrijventerrein waren twee busjes gevonden met 8000 kg drugs en voor de Marokkaanse politie was Joseph Oubelkas uit Raamsdonkveer de hoofdverdachte. De bewijsvoering was niet buitengewoon zorgvuldig. In zijn paspoort stonden volgens de Marokkaanse autoriteiten, stempels van 22 inreisvisa tegenover 17 uitreisvisa. Dat was voldoende voor een Marokkaans tribunaal om in een voor Joseph onverstaanbaar Arabisch, vast te stellen dat hij de smokkelaar was. Het vonnis: 10 jaar cel. Van de bewijsvoering klopte niets. Het paspoort telde 11 inreisvisa tegenover 10 uitreisvisa, maar het veranderde het oordeel over Joseph Oubelkas niet. Het vonnis bleef 10 jaar.

Ondertussen was er in Nederland behoorlijk wat onbegrip over de opgepakte Oubelkas.  Met een Marokkaanse vader ontstond al snel het idee dat waar rook is, er ook wel vuur zal zijn. Ook het Ministerie van Buitenlandse zaken was aanvankelijk nogal argwanend over de onschuld van Joseph.  Maar zijn moeder bleef taai en vasthoudend doorzetten en zette zich onvermoeibaar in om Joseph’s zaak aan de orde te stellen. Haar inzet werd beloond toen een Nederlandse advocaat voor het Ministerie vaststelde dat Joseph Oubelkas niet schuldig kon zijn. Dat overtuigde Buitenlandse zaken. Hij had nooit veroordeeld mogen worden. Er volgde overleg met de autoriteiten in Marokko, maar niets leek nog te helpen.

Ondertussen had het vonnis bij Joseph gezorgd voor een keerpunt in zijn leven. Zijn motto werd: “Ze mogen mijn lichaam hebben, maar mijn geest blijft van mij”. De omstandigheden in de gevangenissen waren onmenselijk zwaar . Met vele tientallen medegevangen in één cel. Onvoldoende plaats om te zitten. Liggen en slapen op het harde beton, als sardientjes in een blik. Zelfs bovenop het ene gat in de grond dat dienst moest doen als wc. Ondragelijke stank, lawaai, vechtpartijen, bewakers die met hun ijzeren pollepels langs de tralies raspen en een kwak smerige smurrie in een plastic bakje kwakken dat de gevangen door de tralies steken. Allemaal ingrediënten om de moed te verliezen, om hoop kwijt te raken, om de geest uit te schakelen.

Joseph Oubelkas vindt een innerlijke kracht en houdt zichzelf voor dat hij sterk moet zijn. Hij stelt zichzelf doelen en neemt zich voor dat hij verantwoordelijkheid moet dragen. Als je wat wilt bereiken, moet je er aan werken en dan heb je kans dat het lukt. Zijn eerste doel wordt om zichzelf zo goed mogelijk te blijven verzorgen. Waar anderen dat achter zich laten en geen aandacht meer hebben voor hun eigen lichaam en geest, doet Joseph zijn best om zich met het kleine beetje water dat beschikbaar is te wassen en zijn tanden te poetsen. Hij ontwikkelt interesse voor de taal en de cultuur van zijn medegevangen, zelfs voor de bewaarders. Het lukt hem wat niemand voor elkaar krijgt, hij wordt medewerker van de gevangeniswinkel. Als hij merkt dat medegevangenen wel Engels willen leren wordt hij een zelfbenoemde docent. Hij claimt een stukje van de gevangenistuin en onderhoudt dat, hij doet aan sport en krijgt zelfs de kans om voor de directeur vertaalwerk te doen. Zo werd het gevangenisleven langzaam, maar zeker “zijn wereld”. Het duurde in totaal toch nog 1637 dagen, viereneenhalf jaar, voordat hij via Casablanca naar Justitie in ’s-Hertogenbosch werd getransporteerd en vrijgelaten. Er werden nog wel excuses aangeboden, maar een schadevergoeding heeft hij nooit gezien en Joseph zit er niet op te wachten.

In Nederland ontstond een tweede worsteling. Alles was weg. Werk, bedrijf, waar moet je beginnen als je zo’n enorme traumatische ervaring achter de rug hebt. Hij hield zich voor dat hij kansen moest creëren. Houdt je focus vast. Besef wie je werkelijk bent en het zijn de kleine dingen, die het doen en die je moet waarderen. En als mensen vragen hoe je zo’n ervaring verwerkt….? Verwerken bestaat niet volgens Oubelkas. Je kan ervaringen wel “verweven”. Ervaringen onderdeel laten zijn van wie je bent en wat je hebt doorgemaakt.