Lieve Donor,
Gisteren heb ik een rondje gefietst, huilend van
blijdschap. Voor het eerst sinds jaren. Ik kan het nog steeds niet
geloven. Dit wonder dat ik aan jou te danken heb. Ik riep mijn dochter
en zij ging met me mee naar buiten. Ze was de eerste die dit mocht
zien: haar moeder die weer kon fietsen, en nog zoveel meer! Dit was
niet mogelijk geweest als jij je longen niet had afgestaan. Ik weet
niet eens wie je bent. Ben je een man of een vrouw? Hoe oud ben je? Hoe
zie je eruit? Allemaal vragen waarop ik geen antwoord zal krijgen.
Waarschijnlijk is het maar beter zo. Jou bedank ik voor mijn leven,
elke dag opnieuw. Terwijl mijn dankbaarheid niet in woorden is uit te
drukken. Je leven terugkrijgen, dat is geen wonder, dat gaat nog veel
verder.
Dit is een alinea uit een dankbrief. Hieronder volgt het verslag van diegene over het schrijven van deze brief.
Begin 2000 heb ik twee nieuwe longen gekregen.
Na de transplantatie heb ik veel aan mijn donor gedacht en ook aan
zijn of haar nabestaanden. Ik wilde hun graag laten weten hoe het met
mij ging, maar eerst moest ik zelf weer helemaal beter worden en al die
hevige emoties een plekje geven. Dat heeft toch wel een poosje in
beslag genomen.
Na 3 jaar was ik zover dat ik aan de nabestaanden kon laten weten
hoe het met mij ging. Maar vooral kon vertellen hoe dankbaar ik was
voor mijn leven.
Eerst heb ik via de transplantatiecoördinator van het ziekenhuis na
laten vragen of de nabestaanden wel iets van mij wilden horen. Want
zo’n brief schrijven zou voor mij, wist ik, erg emotioneel worden. Dus
wilde ik zeker weten of ze van mij wel een brief wilden ontvangen. Na
een poosje hoorde ik dat ze het wel fijn vonden om iets van mij te
horen.
Mijn donor komt uit Duitsland en ik wilde de brief ook in het Duits
schrijven. Ik heb hem vaak opnieuw geschreven voordat ik er tevreden
mee was. Zo dat er echt alles in stond wat ik ze wilde laten weten en
vertellen.
Ik ben begonnen ze te vertellen wie ik was, dat ik getrouwd ben, kinderen heb, mijn leeftijd maar natuurlijk geen naam.
Toen heb ik verteld over de tijd voor de transplantatie, dat ik nog maar weinig kon en het altijd zo benauwd had.
Dat het met mij nu zo goed gaat, dat ik weer kan fietsen, zwemmen e.d. door dat grote geschenk van hun familielid.
Ook wilde ik ze laten weten dat ik ieder jaar op de sterfdag een kaarsje brandt en dan toch ook aan hen dacht.
Ik heb zelf een 3D kaart geknipt en daar de brief ingedaan. De
brief heb ik toen opgestuurd naar de transplantatiecoördinator en die
heeft er voor gezorgd dat de brief bij de nabestaanden terecht kwam.
Na een poosje kreeg ik te horen dat ze de brief ontvangen hadden en
dat het goed was. Toen was het voor mij ook helemaal goed, ik had mijn
gevoelens van dankbaarheid kunnen uiten aan de mensen die mijn donor zo
moeten missen.